Gisteren uit eten geweest in Amsterdam in de Pilsvogel (ik kon maar niet op die naam komen vanmorgen…Pilsvinger…Pilsvlinder….was lastig). Vanaf het moment dat ik er zat tot een half uurtje geleden had ik het idee dat ik die naam ergens van kende. Het bleek uiteindelijk uit een boek te komen, bladzijde 111 uit “Komt een vrouw bij de dokter” van Kluun. Hij schrijft in zijn hippe quote stukje aan de zijkant:
De Pilsvogel. Goeie kroeg (als bruin cafe vermomde flirttent, hier komen de meisjes uit de Pijp), goed terras (lunchen in het zonnetje, tot half drie, tussen vijf en zes nog een uurtje zon, aan de andere kant van het terras), goed publiek (maar vermijd de vrijdag rond borreltijd, wanneer de stropdassen van de Zuidas de Pilsvogel confisqueren).
Een prima toko dus, en daar was ik het wel mee eens. Niet heel bijzonder eten (wel lekker, niet bijzonder) en een goeie sfeer, de muziek niet te hard, een goeie kroeg dus! Beetje jammer dat Kluun naast het quotestukje hierboven verder schrijft over de sloeries die hij in de plee van de Pilsvogel heeft genomen… er is er maar een dus dat kan niet missen…